Tekst: Joost Pijpker. NRC. 29 december 2023
Online shoppen zou het helemaal worden. Veel traditionele winkels en ketens gíngen ook over de kop. Maar modernisering en ‘beleving’ trekken nu weer publiek naar de fysieke winkel. „Uitgestorven? De binnenstad is springlevend.”
“Laten we meteen maar bij het slechtste deel beginnen.” Ype Bosma staat op een pleintje in Zwolle en laat zijn blik langs de omringende winkelpanden gaan. Het donkergrijze pand achter hem: leeg. Aan de glazen ruiten rechts grote rode stickers: te huur. En pal voor zijn neus: een immens betonnen blok met aan de gevel nog vaag de naam van het warenhuis dat hier ooit zat. Hudson’s Bay.
Voor wie een verhaal zou willen maken over het einde van de winkelstraat lijkt het Vliegerplein in Zwolle een ideaal vertrekpunt. Zeker op deze dinsdagochtend, eind december. Het is koud, grijs, winderig en het miezert de hele dag onophoudelijk. Zelfs bij Het Vliegerhuys, het enige gevulde pand rond het plein, brandt geen licht. De brasserie is pas op woensdag weer open.
Toch is Bosma (71), die de Zwolse winkeliers vertegenwoordigt in de lokale centrumvereniging, over een groot deel van het plein juist heel enthousiast. Met “de grote boosdoener” bedoelt vooral het warenhuispand waar eerst V&D en later Hudson’s Bay zat. Want welk winkelbedrijf zit tegenwoordig nou nog te wachten op zo’n enorme ruimte, met twéé verdiepingen bovendien?
Er waren plannen om de gedateerde kolos af te breken en op te splitsen naar vier panden, een mix van winkels, horeca en woonruimte. Maar deze zomer werd duidelijk dat de projectontwikkelaar de financiering niet rond krijgt. Nu is onduidelijk wat er met het pand gaat gebeuren. Om “de verpaupering tegen te gaan” zijn tegen de ruiten nu maar sfeerbeelden geplakt van panden en locaties waar Zwolle wél trots op is.
De rest van het plein is volgens Bosma daarentegen een voorbeeld van hoe het wél moet. Het blok met panden pal naast de oude V&D was tot enkele jaren geleden namelijk ook een probleemgeval in het centrum: de Weeshuispassage. Een overdekt winkelgebied uit de late jaren zestig, met veel wit plaatwerk en uitgewassen beton, waar de ene na de andere winkelier vertrok op zoek naar een minder gedateerd pand met meer bezoekers.
In nog geen vijf jaar werd het gebied compleet opgefrist. De glazen overkapping verdween, veel panden werden compleet gerenoveerd en hebben nu een moderne stenen gevel en zwartstalen kozijnen. Winkels zitten er nu alleen nog op de begane grond, om het aantal vierkante meters in de stad terug te dringen. Boven die “plint” zit nu woonruimte. Omdat het gebied niet langer een passage is, kreeg het ook een nieuwe naam: Het Broerenkwartier.
Zeker rond het Vliegerplein staat veel nu nog leeg, maar dat lijkt volgens Bosma erger dan het is. Sommige panden zijn echt nét klaar, en voor andere is al een huurder, maar is het nog wachten tot die de ruimte betrekt. In het donkergrijze pand komt bijvoorbeeld en grote kledingwinkel van Costes, weet Bosma. In het smalle pand naast het Vliegerhuys komt ook een horecazaak. “Als je hier over een jaar bent, is dit plein volop in bloei.”
tkop
Zo optimistisch als Bosma nu is over het Zwolse centrum, zo neerslachtig was het sentiment in de Nederlandse winkelstraat tien jaar geleden. Doemdenkers voorspelden toen het einde van de fysieke winkel: stadscentra zouden leegbloeden door de opkomst van online winkelen. Klanten zouden hooguit nog naar de winkel komen om te kijken, maar al in de paskamer via hun mobiel een bestelling plaatsen bij de webwinkel met de laagste prijzen.
Bijna maandelijks was er wel een groot faillissement dat de sombere stemming versterkte. Toen de economische crisis van 2008 een paar jaar later in volle hevigte de winkelstraat bereikte, vielen in 2012 eerst de landelijke zeepverkoper Sabon en toen kledingverkoper Piet Kerkhof. Een jaar later volgden onder meer de elektronicazeken van Harense Smid en iCentre, en kledingketen Henk ter Hoor.
In de jaren daarna werden de slachtoffers nog groter, kwamen soms honderden of duizenden werknemers tegelijk op straat te staan. Na het faillissement van boekenketen Polare bijvoorbeeld, of entertainmentreus Free Record Shop. Andere slachtoffers uit die tijd waren fietsenketen Halfords, modeketens Schoenenreus en Miss Etam, elektronicazaak Dixons en het bedrijf achter schoenenwinkels Scapino, Manfield en Invito. En waarschijnlijk grootste faillissement in de winkelstraat werd uitgesproken op laatste dag van 2015: warenhuisketen V&D.
De afgelopen maanden leken die crisisjaren weer even terug. Na drie jaren van ongewoon weinig faillissementen begon het aantal bedrijven dat gedwongen stopt in 2023 weer snel te stijgen. Winkels en groothandels staan in de cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) elke maand weer bij de hardst getroffen sectoren.
Ook nu zitten bij die faillissementen weer een flink aantal bekende namen. Zo viel kledingketen Scotch & Soda dit voorjaar om, net als de stoffenwinkels van Jan Sikkes. Na de zomer volgden het bankroet van een grote franchisenemer van modeketens Vero Moda en Vila, kledingketen Score, koopjesketen Big Bazar en elektronicaketen BCC. De sportzaken van Perry en Aktiesport waren begin december voorlopig het laatste grote slachtoffer.
Wat zegt die plotse stijging over de gezondheid van de Nederlandse detailhandel? Zijn het incidenten, of is het weer volop crisis in de winkelstraat?
tkop
Aan de drukte in winkelstraten ligt het alvast niet, zegt Huib Lubbers, directeur Bureau RMC. De dataverzamelaar en bedrijfsadviseur telt wekelijks in ongeveer honderd steden op meerdere plekken hoe druk het is in winkelcentra. Daaruit komt volgens hem ook een hoopvol beeld naar voren. “Sinds maart zien wij een kentering in de passantenaantallen.”
De afgelopen jaren was het voor Lubbers moeilijk vergelijken, door corona-uitbraken en lockdowns. Dat geldt ook nog voor de cijfers van begin 2022, toen winkels in januari nog gedwongen gesloten waren en daarna juist werden overspoeld met klanten. Maar sinds het voorjaar ligt het bezoek aan winkelgebieden in 2023 structureel hoger dan een jaar eerder. Voor het hele jaar tot nu toe gaat het om een plus van 1,8 procent. Dat is ongewoon, zegt Lubbers. “Een stijging in bezoekersaantallen hebben we sinds 2017 niet meer gezien.”
Ook in de kassa ziet de Nederlandse winkelier nog steeds gunstige cijfers: volgens cijfers van het CBS stegen de omzetten in de detailhandel elke maand. En niet alleen bij supermarkten, ook winkels in ‘non-food’ (zoals kleding, speelgoed, elektronica, sport) deden het vrijwel elke maand beter. Al was dat wel vooral het gevolg van prijsverhogingen. In verkochte aantallen was wel degelijk sprake van een daling.
Die hogere prijzen waren bovendien hard nodig omdat ook alle snel kosten opliepen, zegt Olaf Zwijnenburg, sectorspecialist bij Rabobank. Inkoop, huur, personeel, energie, verbouwingen – in 2023 kreeg mening winkelier volgens te maken met “een giftige cocktail” van tegenslagen. Dat heeft bij veel ondernemers de winst onder druk gezet.
Daarnaast kregen veel winkeliers in de coronapandemie steun van de overheid, in de vorm van uitgestelde belastingen. Eind vorig jaar is de fiscus begonnen met het terugvorderen van die schulden. Door de steun lag het aantal faillissementen een paar jaar “eigenlijk veel te laag”, zegt Zwijnenburg. “Dan ligt het voor de hand dat er nu een correctie plaatsvindt en er dus meer faillissementen volgen.”
tkop
De winkels die afgelopen jaar omvielen hebben iets gemeen: ze behoorden al langere tijd tot de zwakkeren. Jan Sikkes en Score leden al enkele jaren verlies, het moederbedrijf van Perry en Aktiesport ging zelfs al eens failliet, in 2016, om daarna een doorstart te maken onder een Brits concern. De vorige eigenaren van Big Bazar en BCC deden de ketens afgelopen jaren gratis van de hand, met een zak geld toe. Anders gezegd: zonder dat geld hadden beide bedrijven een negatieve waarde.
Olaf Zwijnenburg van Rabobank kent enkele van de slachtoffers goed. Hij begon zijn loopbaan bij Score, toevallig in het filiaal in het Zwolse centrum, en zat later in de directies van Free Record Shop en Perry Sport. Hij ziet nog een gemene deler: veel van de ketens die het moeilijk kregen pasten zich niet, of te laat, aan de “constant veranderende omgeving” in de winkelstraat aan. Ze gingen bijvoorbeeld niet mee technologische ontwikkelingen of zagen te laat dat de behoefte van hun klanten veranderde.
Ype Bosma uit Zwolle herkent dat. Hij stond een jaar of negen geleden met zijn eigen interieurzaak Spinde, ook voor zo’n keuze. De winkel, gevestigd aan de noordkant van de binnenstad, verkocht veel klassieke producten, allemaal in het hogere segment. “We deden het goed, hadden een sterke positie in de regio. Maar we zagen ook een probleem opdoemen: onze klantenkring was aan het vergrijzen.”
Bosma besloot daarop de winkel te splitsen. Zijn vrouw en hij runden in de linkerhelft van het pand het ‘klassieke’ spinde, hun zoon Erik opende in de rechterhelft Spinde Next, met een veel moderner aanbod, in een poging jongere klanten te trekken. Na een paar jaar braken ze de muur tussen beide winkels door, en weer iets later besloten ze het traditionele en moderne aanbod te vermengen. Tegenwoordig bedient de winkel zowel jong als oud.
Zo’n schifting, tussen wie vernieuwt en wie niet, is van alle tijden, zegt sectorspecialist Zwijnenburg. Ook twintig, dertig of veertig jaar geleden vielen verouderde concepten om, omdat ze werden ingehaald door nieuwkomers met een beter idee. Voor de ketens die overblijven bieden al die faillissementen ook weer kansen, zegt hij. Zo is in de winkelstraat een flink tekort aan personeel. Dus het verdwijnen van een grote naam betekent ook dat er een grote groep werknemers vrijkomt, op zoek naar een nieuwe baan.
tkop
Bij het inslaan van de Diezerstraat, de grote winkelstraat van Zwolle, wordt duidelijk dat Bosma zijn rondleiding zorgvuldig heeft opgebouwd. Na het Vliegerplein leidt de wandeling door kleinere winkelstraten, waar de panden al een stuk beter zijn gevuld, veelal met kleinere, lokale zaakjes. En hier, in het hart van het winkelgebied, is het helemaal zoeken naar lege winkelpanden.
Het oude pand van Score is bijvoorbeeld alweer gevuld met een snoepwinkel, in het filiaal waar de in juni failliet verklaarde kledingketen Sandwich zat, zit nu modezaak Expresso. Voor een deel van de straat is zelfs een wachtlijst met winkeliers die zich er graag willen vestigen, weet Bosma. Zo is er ook al interesse getoond in het pand waar nu nog de Costes zit, die binnenkort naar het Broerenkwartier verhuist.
De Zwolse binnenstad is volgens hem dan ook allerminst uitgestorven. “ik zou eerder zeggen: hij is springlevend.” Ook Huib Lubbers van adviesbureau RMC is optimistisch over de toekomst van de fysieke winkel. De vrees van tien jaar geleden dat die op elk front zou gaan verliezen van online concurrenten is achteraf onterecht gebleken, stelt hij.
Lang niet alle producten bestelt de consument graag online. Elektronica bijvoorbeeld wel, maar sportspullen en meubels weer een stuk minder. “In sommige sectoren levert online zelfs terrein in. Als je vijf keer online een broek hebt besteld, en die paste niet, kies je de volgende keer waarschijnlijk toch weer voor de winkel.” Wat meespeelt is volgens hem dat retourneren lange tijd gratis is, maar dat veel online verkopers daar nu toch geld voor gaan vragen.
Wel blijvend veranderd is de gedachte dat binnensteden alleen maar draaien om winkelen, zegt Bosma. “Tegenwoordig moet je ook iets te beléven hebben.” In Zwolle is al jarenlang een nauwe samenwerking tussen gemeente, ondernemers en verhuurders om de binnenstad levendig te houden. Door leegstaande winkels om te bouwen naar woningen bijvoorbeeld. Of door meer cultuur en horeca naar het centrum te halen.
Het gevolg is dat de leegstand in de Zwolse binnenstad nu veel lager is dan een paar jaar geleden, zegt Bosma. “In vierkante meters gaat het misschien om 5 of 6 procent” – in lijn met het landelijke gemiddelde. Een groot deel daarvan is bovendien toe te schrijven aan één oorzaak. “Zonder de voormalige V&D zou dat percentage nog een stuk lager zijn.”