Tekst: Davy Lo.
Duurzaamheid gaat een minder belangrijke rol spelen in de retail. Bedrijven moeten vooral inzetten op de continue innovatie die de markt vraagt. Dit zei Gertjan Slob, directeur Onderzoek bij Locatus, tijdens het Retailcongres ter ere van het 25-jarig bestaan van Locatus.
Greenwashing
De afgelopen jaren is duurzaamheid een belangrijk thema binnen veel sectoren. Tijdens het congres vertelde Olaf Zwijnenburg, sectormanager Retail- en Groothandel bij de Rabobank, dat alle retailers in 2040 zowel hun aanbod als de onderneming verduurzaamd hebben.
Volgens Gertjan Slob is er vooral sprake van greenwashing. ‘Ik denk dat er maar weinig partijen zijn waar duurzaamheid in het dna zit en waar niet de meeste leidende club in duurzaamheid de marketing afdeling is’, zegt Slob. ‘Ik heb een gevoel dat duurzaamheid weer naar de achtergrond gaat.’
Zijn collega en vertrekkend Locatus ceo Gerard Zandbergen gelooft niet in de woorden van Slob. ‘Ik denk dat duurzaamheid heel belangrijk is en blijft, maar wel ingewikkeld is in retail. Heel veel panden zijn van beleggers. Beleggers hebben wel baat bij duurzaamheid, maar die huurcontracten zijn maar voor een paar jaar. Dus het is lastig om het allemaal rond te rekenen. Ik ben het met hem eens dat dit nog niet zo’n grote vlucht neemt maar ik verwacht dat daar oplossingen voor komen.'
Meegaan in de cyclus
Wat volgens Slob wel top of mind is, is het continu meegaan in een cyclus waar bedrijven blijven innoveren. ‘Een binnenstad beweegt mee met wat de tijdsgeest vraagt. Vroeger ging je naar de stad omdat je nieuwe dingen nodig had en ging je dingen kopen. Dat doe je nu nog steeds, maar nu is het veel meer een plek voor mensen om bij elkaar te komen en iets leuks te doen.’
Bij elkaar komen doet de consument ook graag in restaurants of cafés. In de afgelopen jaren werden er daarom veel retailpanden omgebouwd naar horeca. Deze tendens is volgens Zandbergen nu wel voorbij. ‘Horeca is geen sterke stijger meer. De hele retail krimpt en dat komt omdat retailpanden worden omgebouwd tot bijvoorbeeld kantoren en woningen. De totale voorraad aan retailoppervlakte neemt af.’
Ondanks die afname is er volgens Zandbergen genoeg reden voor optimisme. ‘Je kunt overal over doemdenken, maar die markt kan zeker blijven bestaan. De leegstand is wat gestegen en ligt nu rond de 7 procent. Dat is een heel aanvaardbaar niveau. Mensen blijven spullen kopen, ook in fysieke winkels, en er is meer optimisme dan dat er een paar jaar geleden was.’
Volgende generatie
Volgens Slob is het aan retailers nu de taak om continu te onderzoeken hoe ze relevant kunnen blijven en niet te lang vasthouden aan een verouderd concept. ‘Je moet zorgen dat je vroeg in de cyclus gaat zitten en mee blijven bewegen met nieuwe ontwikkelingen.'
Meegaan in die cyclus betekent kijken en luisteren naar de volgende generatie, benadrukt Slob. ‘Ik denk dat je vooral onderzoek moet blijven doen naar hoe je verder komt in de cyclus. Te veel bedrijven leunen op mensen van mijn leeftijd en mijn sociale bubbel. Ze moeten leren om uit die bubbel te stappen en te kijken naar de volgende generatie.'
Krimpende markt
Hoewel Slob gelooft dat binnensteden meebewegen met de tijd en dat consumenten naar binnensteden blijven trekken, ziet Zandbergen juist een krimpende markt. 'Je ziet in grote steden dat ze de aantrekkingskracht heel erg hebben behouden en dat in veel kleinere steden de krimp wel nadrukkelijk heeft plaatsgevonden. Waar winkelstraatjes zijn getransformeerd tot woonstraten.'